Tekstversie:
ZORGVISIE 2000
De manier van bouwen, werken en organiseren zal totaal veranderen
We nemen een sprong in de tijd. Grote verpleeg- en verzorgingshuizen zijn overblijfselen uit een ver verleden. De zorg komt aan huis, op afspraak en in overleg, ingebed in het eigen nest van sociale structuren (familie, het buurthuis, verzorgers aan huis). Wordt iemand bedlegerig, waardoor 24-uurszorg nodig is? Vanuit een soortement verkeerstoren zal de patiënt via een bij het bed geplaatste webcam in de gaten kunnen worden gehouden.
Naar boven
door MONIQUE KOUDIJS
‘Een virtueel verzorgingshuis', licht Marianne Bakker-Winnubst toe. Waarbij de technologische noviteiten meer de fantasie prikkelen dan dat daar al terdege rekening mee wordt gehouden. ‘Je kunt het in ieder geval niet uitsluiten.' Als voorzitter van de Raad van Bestuur geeft ze openheid van zaken over de zorgvisie voor de komende jaren.
Want het heeft nogal een impact, die zorgvisie. De manier van bouwen, werken en organiseren zal er totaal door veranderen. Grote verpleeg- en verzorgingshuizen raken uit de tijd. Immers, de hedendaagse cliënt doet niets liever dan zo lang mogelijk thuis blijven wonen in de vertrouwde woon- en leefomgeving, omringd door dierbaren. ‘Dat betekent dat je dus maximaal zal moeten inzetten op het aanpassen van woningen, het levensloopbestendig maken. Zodat je ook als je 85 bent, een rolstoel nodig hebt of chronisch ziek wordt in datzelfde huis kunt blijven wonen.'
Deze zorgvisie vereist samenwerking met woningcorporaties, maar ook met welzijnsorganisaties zoals bijvoorbeeld buurthuizen, ‘Je moet in de nieuwe organisatiestructuur heel nadrukkelijk een oplossing zoeken tegen vereenzaming, mogelijkheden bieden voor een zinvolle dagbesteding.' De hulp van familie zal steeds belangrijker worden. De bevolking veroudert, de vergrijzing zet onverbiddelijk door, en daar staan te weinig jongeren tegenover om het huidige niveau van zorg te bieden. Dat gegeven dwingt ook naar andere oplossingen te zoeken.
De gezondheidszorg van morgen zal meer ingebed moeten zijn in het leven van alledag. Voor het personeel betekent dit een aanzienlijke verandering van werken. Zorg bij de mensen thuis betekent niet meer iedere dag je collega's zien. Het betekent flexibel zijn, op jezelf zijn aangewezen, minder in vaste protocollen denken.
Marianne Bakker: ‘Als je bent opgeleid in de gezondheidszorg, dan heb je hele sterke professionele normen en waarden meegekregen. Zoals: hoe laat de mensen moeten opstaan, hoe ze gewassen worden en zelfs hoe een bed moet worden opgemaakt. Maar als je de zorg plaatst in de thuissituatie van mensen, dan wordt het meer een kwestie van afspraken maken in het kader van de mogelijkheden in plaats van vasthouden aan dat wat hoort.'
Ook inhoudelijk zal de zorg meer worden afgestemd op de specifieke wensen en mogelijkheden van de mensen. ‘Stel dat je nu iemand opneemt ter revalidatie. Wat leer je hem? Probeer je het maximaal haalbare uit iemand te halen of luister je ook naar de wensen van de klant. Als iemand geen trap in huis heeft, waarom zou je hem dan trap leren lopen?'
Het aanbod afstemmen op de vraag. Het is een tendens die al jaren geleden is ingezet, maar de grote omslag laat nog op zich wachten. Nieuwbouw of renovatie van bestaande verzorgings- en verpleeghuizen zou een ideale gelegenheid zijn het roer eens stevig om te draaien.
‘Het komt er eigenlijk op neer dat je tegen elkaar zegt 'als we het nou morgen anders zouden doen, hoe kunnen we dat dan organiseren?' Het is belangrijk dat het personeel in de zorg zich uitgedaagd voelt om naar de huidige organisatie te kijken, de creativiteit te gebruiken, discussies te voeren. We dagen ook de instellingen uit om pilots te beginnen over dit onderwerp, om te experimenteren.'
'Maar je zal zo'n omslag het eerste tegenkomen bij huizen die gaan renoveren. Dan moet je ook zeggen: dat pakken we nu onmiddellijk aan om een deel van deze visie te gaan realiseren. Dan ga je het absoluut anders doen, bijvoorbeeld door een veel kleinere eenheid neer te zetten voor mensen die inderdaad geen familie hebben, waarbij opname buitenshuis niet anders kan. Het wonen in een instituut zal ook veel nadrukkelijker een woonaspect moeten krijgen. Geen klinische aanblik meer van steriele gangen en verzorgers in uniform.'
In de zorg van de toekomst zullen disciplines en doktoren hun kennis onderbrengen in een expertisecentrum, van waaruit de deskundige inbreng op verzoek en ook buiten de instellingen wordt gegeven. In de woonwijken zullen de woningen zijn aangepast, groepswonen voor ouderen is de trend en in een dienstencentrum kan de oudere van morgen een kaartje leggen of hulp krijgen bij het boodschappen doen. Mocht er zorg nodig zijn, dan kan de oudere aankloppen bij een zorginstelling om de mogelijkheden te bespreken. Samen met mantelzorg en de verpleger aan huis wordt de zorg vooral geconcentreerd buiten de instellingen.
Marianne Bakker: ‘Deze visie vereist een totaal andere manier van organiseren. Om dit te realiseren moet er nog heel veel gebeuren in de regelgeving. Ik denk toch dat met name het Ministerie van Volksgezondheid, de verzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten met elkaar moeten besluiten deze visie in praktijk een kans te geven. Want mijn indruk is dat als je wilt dat het er over tien jaar staat, je morgen moet beginnen.' |
GAASPERDAM EN EBEN HAEZER: MEER DAN GOEDE BUREN
door MONIQUE KOUDIJS
'Samen kunnen we natuurlijk heel mooi een zorgketen vormgeven'
Het is met een fusie net als met de eenwording van Europa. De grenzen tussen de landen, die door de eeuwen heen zo streng zijn bewaakt, vervagen langzaam in het kader van de samenvoeging. Dat gaat nooit zonder slag of stoot. Elk land heeft een individuele geschiedenis, een eigen taal en cultuur. En dat geef je niet zomaar prijs. Maar ruimere grenzen bieden mogelijkheden. Regelmatig ontstaat er weer een prachtig product, juist op basis van die samenwerking, waardoor de tot voor kort soevereine 'staten' weer beseffen waarom ze dit avontuur zijn aangegaan.
Naar boven
door MONIQUE KOUDIJS
CVA (Cerebraal Vasculair Accident) staat voor beroerte. Nog geen vier jaar geleden waren er voor patiënten met een hersenbloeding of herseninfarct (stroke) slechts twee mogelijkheden: opname in het ziekenhuis of in een verpleeghuis. De doorstroom was slecht geregeld, waardoor de patiënten gemiddeld zo'n 25 dagen in het ziekenhuis lagen te wachten op een plek in een verpleeghuis. De afdelingen in de ziekenhuizen raakten overvol.
Die tijd is nu voorbij. Door de samenwerking van de verpleeghuizen Amstelhof en Gaasperdam, het verzorgingshuis Eben Haëzer, het AMC, Amsterdam Thuiszorg en de huisartsen wordt er nu 'beleid op maat' gemaakt.
Tijdens een wekelijks overleg in het AMC bespreekt een team van hulpverleners de beste strategie voor een patiënt. Is hij, na ziekenhuisopname en behandeling, het beste af met een langdurig verblijf in verpleeghuis Gaasperdam, een revalidatie in Amstelhof of is de ziekenboeg van Eben Haëzer een betere plek. Misschien kan de patiënt zelfs met thuiszorg naar huis. Vestigingsdirecteur Tera van der Plank: ‘Het is uniek dat het nu tot en met de thuiszorg geregeld is en dat ook het verzorgingshuis meedoet. De zorginstellingen doen nu meer dan het beheren van de eigen winkel. Ze stemmen hun zorgaanbod steeds beter op elkaar af.'
Resultaat is dat de ligduur in het AMC gemiddeld met tien dagen is bekort. In de eerste twee jaar stroomde 43% van de patiënten na opname in het AMC zonder wachttijd direct door naar het verpleeghuis en kon 41% na opname naar huis, veelal met extra thuiszorg. Ruim drie jaar geleden begonnen als het Stroke-project van de ZiZo (Zorg Integratie Zuid Oost) is het CVA-project sinds 1 april '98 opgenomen in het reguliere zorgaanbod. Een prestatie, want zo'n zorgketen kan grenzen doen vervagen. En voor de cliënt is dit een aanmerkelijke verbetering.
Zoals de eenwording van Europa niet uit de lucht kwam vallen, zo is de groeiende samenwerking tussen zorginstellingen wellicht een voorbode van toenemende fusies. Verpleeghuis Gaasperdam en verzorgingshuis Eben Haëzer wisselen al langer diensten uit. Op twee minuten loopafstand van elkaar ligt dat ook enigszins voor de hand. De verpleeghuisarts is tevens medisch adviseur van het verzorgingshuis en ook de ergotherapeute van Gaasperdam komt bij Eben Haëzer over de vloer.
Tera van der Plank: ‘De beide instellingen groeien steeds meer naar elkaar toe. Dat is een tendens van de afgelopen jaren. Samen kunnen we natuurlijk, met al de producten die we hebben, heel mooi een zorgketen vormgeven. Eben Haëzer begint al bij het Wonen Plus, de wijk functie van het huis met onder andere dagverzorging voor bewoners in de buurt. Daarnaast is er tijdelijke opname mogelijk in de wijkziekenboeg. Vervolgens is er het verzorgingshuis. Word je op een gegeven moment toch wat vergeetachtig, dan kun je doorstromen naar de groepsverzorging. Als het daar ook niet meer gaat, komt het verpleeghuis in zicht. Het is natuurlijk heel mooi als je zo'n zorgketen makkelijk kunt stroomlijnen tussen twee huizen.'
Met het uitwisselen van personeel waren Gaasperdam en Eben Haëzer al langer bezig. Zo heeft het keukenpersoneel van Eben Haëzer in de keuken en pannen bij Caasperdam gekeken en liggen er plannen meer medewerkers over en weer te laten kennismaken. Dat kan ingrijpende gevolgen hebben.
Ziekenverzorgende Jeannette Sierhuis, voormalig medewerker van het verpleeghuis, vond haar nieuwe werkplek bij de Wijkziekenboeg in het verzorgingshuis zo leuk dat ze solliciteerde op een vrijgekomen vacature en sinds 1 mei een vast contract heeft bij haar nieuwe werkgever.
Jeannette: ‘Na drie weken dacht ik: ik ga hier niet meer weg! In eerste instantie was ik uitgeleend voor een half jaar tot een jaar, omdat Gaasperdam teveel formatieplaatsen had. Een nieuwe baan is in het begin natuurlijk eng. Ik ging met knikkende knieën naar mijn werk, want er komt in het begin zoveel op je af. Ik kreeg ineens veel meer verantwoordelijkheid. In het begin dacht ik 'mijn hemel', maar nu geeft mij dat juist een ontzettend goed gevoel. Het is iets waar ik al vanaf mijn opleiding om roep.'
Op de afdeling van de wijkziekenboeg staan negen bedden, waarvan er minimaal één bestemd is voor CVA-patiënten. Afgezien van het feit dat aan de verzorging van deze patiënten de nodige aandacht wordt besteed in de opleiding van ziekenverzorgers, werkt Jeannette met een protocollenboek waarin de verschillende schakels in de zorgketen van de CVA-patiënt en het ontwikkelde protocol staan vermeld. Bovendien is zij grondig ingewerkt. In een team van vijf collega's werkt zij in wisseldienst.
‘Je staat in principe alleen op de afdeling en moet dus alle beslissingen zelf nemen. Als ik ergens mee zit, kan ik heel makkelijk bij mijn leidinggevende terecht. Ik krijg veel steun en voel mij hier gewaardeerd.' In het verpleeghuis, waar haar werkzaamheden waren beperkt tot basisvaardigheden als wassen, aankleden en medicijnen uitdelen, voelde zij zich enigszins miskend in haar kwaliteiten. Jeannette: ‘Hier mag ik heel veel, maar ik móet ook heel veel. Maar ik zou niet anders meer willen.' Naar boven |