Naar HomepageNaar PortfolioNaar Contactpagina

Opdrachtgever: Toeractief (ANWB)

Toeractief is een wandel- en fietsblad (oplage 65.000); een combinatie van een Magazine en een handig Routeboekje met eigen wandel- en fietsroutes, sfeervolle reportages en het laatste nieuws op wandel- en fietsgebied. Toeractief verschijnt zes keer per jaar.

Opdracht:
Maak een origineel verhaal over de stad, de regio, de route, etc. Maak er ook foto's bij.

Datum: 2006/2007

 

Foto: Monique Koudijs/Grazers op de Wolfhezerheide
Wolfhezerheide

Opdracht:
Schrijf een origineel verhaal over het gebied waar de wandelroute doorheen loopt, in het kader van de Groene maand. Maak ook foto's.

Augustus 2006

WODANSEIKEN IN EEN DEFTIG WOUD

door MONIQUE KOUDIJS

September is weer Groene Maand. Tal van organisaties nodigen u uit de natuur te ontdekken. Toeractief verkende het gebied tussen de A50 en Oosterbeek. Wat viel ons op? Bijzondere bomen. Zoals de imposante Wodanseiken en de Duizendjarige Den, die in het laatste weekend van mei dit jaar helaas is omgevallen.

Tja, die Duizendjarige Den. Zo triest. ‘Hij is precies goed gevallen', zegt Dirk Lieftens van Natuurmonumenten optimistisch, waarmee hij bedoeld dat de boom precies in het verlengde van het pad is neergezegen. ‘Op het oog leek ‘ie nog heel gezond, maar aan de wortels kunnen we nu zien dat ‘ie eigenlijk op was.' Nadere inspectie wees uit dat de den door zijn eigen gewicht is omgevallen; veel van zijn wortels bleken afgestorven. De boom werd jarenlang gekoesterd en in elke lokale wandelroute opgenomen. Er staat zelfs een hekje omheen ter bescherming. ‘Hij blijft nu liggen als relikwie en kan op die manier nog zo'n vijftig tot zestig jaar mee. Ook een dode boom heeft een functie, als voedsel voor torretjes en kevers bijvoorbeeld.'

De den was in het echt geen duizend jaar oud. In een vlaag van romantisch enthousiasme gaven de schilders van de Oosterbeekse school in 1850 de den die leeftijd. Deskundigen schatten dat de boom is ontkiemd rond 1600, in de tijd van de Tachtigjarige oorlog, en dus de respectabele leeftijd van ruim vierhonderd jaar moet hebben.

Naar boven

De God Wodan

Er vallen meer bomen op in de Wolfhezerbossen, dat in de Middeleeuwen voornamelijk bestond uit hakhoutbossen. Neem de Wodanseiken, daar loop je niet zomaar aan voorbij. Die vallen op. Zo oud, zo sterk, zo imposant, ook al hebben de jaren zeker hun tol geëist. Van één eik staat er niet meer dan een enorme knoest van een meter hoogte. Toch is ‘ie indrukwekkend. Natuurmonumenten weet de datum van de kap: 5 juni 1937 om precies te zijn.

Dirk Lieftens: ‘Volgens de gegevens was de boom ziek. Nu is ‘ie in goede staat en kan nog jaren mee.' Even verderop staat van een oude eik niet meer dan het omhulsel. Toch leeft hij nog. Dirk: ‘Zonder kern kunnen ze het nog jarenlang volhouden. Het grote gevaar met dat soort bomen is dat als er weer blad aan komt, het gewicht van de kroon te zwaar wordt. Maar er zijn bomen bekend die soms nog honderden jaren doorgaan op die manier.'

Als je langs de Wodanseiken loopt, lijkt het alsof je een oud schilderij binnen stapt uit de 19 e eeuw of zelfs veel eerder. De eiken zijn vele malen vereeuwigd, door onder andere de schilders van de Oosterbeekse school. Die hielden op de plaats van de Wodanseiken hun inwijdingsrituelen, gaven feesten en aanbaden de Germaanse Goden Thor en Wodan. De naam van de eiken komt – net als de leeftijd van de den - uit hun koker en leeft tot op heden voort.

Kittige waterval

Liggen er in de buurt van Wolfheze prachtige bossen en heidevelden, richting de Neder Rijn bij Oosterbeek en Dorwerth is het de combinatie van landschapsparken, bosgebied en uiterwaarden dat charmeert. Albert Bos van de Vereniging voor natuur- en milieu-educatie (IVN) afdeling Zuidwest Veluwezoom is lyrisch over het gebied vlak naast zijn woonplaats. ‘Ik heb wel eens horen zeggen: dit lijkt het Zuid-Limburg van de Veluwe wel. Je hebt hier de uiterwaarden, het rivierengebied, maar ook de bossen met hellingen en dalen, wat dit gebied heel bijzonder maakt. Ook in de Oudheid was dit al een aantrekkelijk vestigingsgebied.'

Langs de uiterwaarden hebben we het uitzicht: over de knotwilgen heen zien we de Betuwe liggen aan de overkant van de Rijn. Aan de rechterhand loopt het terrein omhoog en liggen villa's tegen de hellingen diep verscholen in het groen. Buigen we af het land in, dan passeren we het ene landschapspark na het andere, met deftige beukenlanen, grote vijvers en kittige watervallen. We passeren de kenmerkende sprengen, die half droog liggen. ‘IVN is bezig om veel sprengen die vol met blad liggen weer stromend te krijgen,' vertelt mijn gids. Onderweg zien we veel van die halfdroge beddingen.

Het ene landschap gaat vloeiend over in het andere, zelfs de overgang naar de bebouwde kom van Oosterbeek gaat bijna ongemerkt. De bomen in de buurt van Oosterbeek dragen soms nog de wonden van de slag om Arnhem. Ook bij het schoonmaken van de sprengen is het in die zin oppassen geblazen. 'Het waterschap zorgt ervoor dat de explosieven worden opgeruimd. '

Mooi gevallen

De oude lanen die her en der door de bossen lopen, herinneren nog aan de oude structuren van landgoederen als De Bilderberg, De Hemelsche Berg, Hoog- en Laag Oorsprong en de Zilverberg. Ze hebben duidelijk hun stempel op het landschap gedrukt. Zelfs de bossen krijgen er iets deftigs door.

Maar de meeste historie ligt toch bij landgoed Laag Wolfheze. Verspreid in het gebied liggen vijftien grafheuvels uit de periode van 2850 tot 1100 voor Christus en andere archeologische vondsten. Toch lopen we er bijna ongemerkt aan voorbij, alles is een met het landschap en de attentieborden zijn erg klein. Er lopen grazers over de heide. We passeren een omgevallen boom. Een grove den? Hij is ook mooi gevallen.

Naar boven

Kasteel De Haar

Januari 2007

SCHEUREN IN HET SPROOKJESKASTEEL

door: MONIQUE KOUDIJS

Groots doemt kasteel De Haar op, tegen een achtergrond van donkere najaarsluchten. Binnen toont zich een weelderige wereld met hemelbedden, balzalen en familiewapens op het behang. Het middeleeuws fundament kan de replica echter niet meer tillen.

‘Kijk, daar is het kasteel van oma.’ Ank van der Vet glundert. Haar kleinkinderen roepen het steevast als ze voorbij kasteel De Haar in Haarzuilens rijden. Sinds tien jaar geeft ze als gids rondleidingen in het vakantie-optrekje van baron Van Zuylen van Nijevelt. ‘Ja, dit is míjn kasteel’, zegt ze lachend. Ach, ze fantaseert wel degelijk over een moment voor haarzelf in een van de vertrekken. ‘In de ridderzaal zou ik zo een glaasje wijn willen drinken.’

Flamboyant bouwwerk

De Haar is een immens kasteel in het polderlandschap van de provincie Utrecht. Al in de 14e eeuw betrok de familie De Haar hier een stulpje aan een dode arm van de Rijn, wat in de 16e eeuw uitgroeide tot het huidige formaat kasteel met een gemiddeld vloeroppervlak van 1400 vierkante meter. Door het huwelijk van Josyna van de Haar met Dirk van Zuylen kwam het flamboyante bouwwerk, qua omvang ongekend voor die tijd, in handen van de familie Van Zuylen.

Naar boven

Ook nu nog verblijft een nazaat van de familie Van Zuylen, baron Thierry, een maand per jaar (september) in het kasteel om zich daar met familie en gasten te verpozen. Met tweehonderd slaapkamers en dertig badkamers kan de baron zich aardig uitleven. Het terrein wordt dan gesloten voor publiek en het interieur in huiselijke staat gebracht.

Ank: ‘Tijdens de rondleidingen staat het meubilair langs de kant, maar als de familie overkomt uit Londen worden de stoelen en tafels weer op hun oude plek neergezet, zodat het er een beetje gezelliger uitziet en de baron niet meer naar z’n leunstoel hoeft te zoeken.’

Barokke douchekoppen

Terwijl de najaarsstorm langs de kasteelmuren raast, dwalen wij door slaapkamers met hemelbedden en donkerrood fluwelen beddenspreien, badkamers met barokke douchekoppen en marmer op de vloer. Achter de bijna anderhalve meter dikke muren waan je je veilig. In sommige kamers zitten er scherpe pinnen aan het plafond. Ook die waren er voor de veiligheid, vertelt Ank.

‘In de Middeleeuwen waren ze natuurlijk heel bijgelovig, het boze moest uitgebannen worden. Aan deze pinnen zouden de spoken blijven hangen die ‘s nachts door het kasteel zweefden. Tegen het ochtendgloren losten ze op, omdat ze niet tegen het daglicht kunnen.’ Voor de foto moet het licht aan.

Ank trekt op goed geluk aan een koord. ‘Dit is van het lampje waarschijnlijk, er zal wel geen dienstbode komen,’ zegt ze nuchter. Door het raam kijken we uit op de kasteeltuinen.

Naar boven

De Rothschild in de spoelkeuken

In de spoelkeuken hangt het portret van wijlen barones Hélène de Rothschild. Dankzij haar rijkdom kon de toenmalige baron Etienne van Zuylen van Neijevelt, met wie zij in het huwelijk trad, het boeltje van De Haar opknappen aan het einde van de 19e eeuw. Dat was hard nodig, want het kasteel was niet meer dan een ruïne na tweehonderd jaar leegstand. Het huidige kasteel is zodoende een replica van de oorspronkelijke Middeleeuwse burcht.

Twintig jaar lang mocht de beroemde architect Cuypers aan het kasteel vertimmeren en hij heeft behoorlijk uitgefreakt. In deze orgie van schoonheid hebben de Van Zuylens zelf nog tal van kunstvoorwerpen toegevoegd. Nuchtere Ank: ‘Ik zeg altijd: als je een groot huis hebt, dan kun je een hoop leuke dingetjes kopen en neerzetten.’

Douchekoppen, kastdeurtjes, tafelpoten en zelfs het hang- en sluitwerk en de luchtroosters in de balzaal vertonen de sporen van een Middeleeuws ambacht. Op de kroonluchters in de ridderzaal van 450 kilo stuks paraderen bronzen ridders, in de trappengalerij verstoppen zich schildpadden, kikkers, apen, slangen en duiven. Geen deur is hetzelfde, geen muur is kaal en overal zijn de familiewapens verwerkt van familie De Haar (ruiten) en Van Zuylen (zuilen).

Allernieuwste snufjes

Het kasteel is een combi van middeleeuwse nostalgie en de allernieuwste snufjes van de laat-negentiende eeuw. Zo had baron Etienne eerder elektriciteit dan de koningin, vertelt Ank. Ook zijn overal radiotoren aangebracht die werken op lagedrukstoom, zodat alle vertrekken verwarmd kunnen worden.

In het kloppend hart van de burcht, de keuken, tot 1970 nog in gebruik, was er een ingenieus pijpensysteem aangelegd, waarbij hete lucht een schoepenrad aandreef waaraan het spit kon draaien. ‘Dit is superdeluxe hè, dit grote fornuis’, wijst mijn gids als we door de enorme keuken lopen. We bewonderen de au-bain-marie-tank met vijftien pannetjes voor de sauzen en de antieke koelkast uit 1893.

Naar boven

Jazz in de hal

Maar de tand des tijd knarst. In 1998 luidde de baron al de noodklok. Het middeleeuws fundament kan de weelde niet meer dragen. Het kasteel begint te verzakken, de muren scheuren. De baron heeft zijn bezit in handen gegeven van een Stichting en landgoed Haarzuilens is aangekocht door de Vereniging Natuurmonumenten. Met man en macht en heel veel geld proberen rijk, baron en stichting te redden wat er te redden valt.

De restauratie is al in gang gezet. Beneden in de hal lopen bouwvakkers rond. Boor, hamer- en klopgeluiden proberen de idylle te verstoren, maar gids Ank blijft onverstoorbaar. ‘Het kasteel kruipt onder je huid’, zegt ze. Hoewel ze de allereerste keer verdwaalde tijdens de rondleiding, ziet ze nu zelfs wanneer een schroef los zit of de scheuren in de muren dieper worden. ‘Wat ik wel eens fantaseer,’ zegt Ank, ‘hier alleen te zitten, niemand in het kasteel en m’n eigen muziek opzetten. Jazz.’

- einde verhaal -

Kadertekst 1

Bij de herbouw van het kasteel (1892 – 1912) en het herinrichten van de kasteeltuinen wilde baron Etienne van Zuylen van Nijevelt geen onvolgroeid bosje voor z’n kasteeldeur. De kasteeltuinen en landschapsparken moesten er uitzien alsof het er al jaren stond. Zevenduizend bomen met een leeftijd van veertig tot zestig jaar oud werden daarvoor op mallejannen naar De Haar gebracht om het kasteel een bosrijk aanzien te geven.

Kadertekst 2

Het dorp Haarzuilens hoort bij het landgoed van het kasteel en is bij de herbouw van het kasteel (1892 – 1912) zo’n anderhalve kilometer verplaatst om ruimte te maken voor de plannen van de tuinarchitect. Tot 1898 lag het dorp ongeveer op de plaats van de Romeinse kasteeltuinen en de manege. Tussen het dorp en het kasteel heeft altijd een nauwe band bestaan. Zo opent de baron Thierry van Zuylen van Nijevelt nog jaarlijks de Haarse kermis in september en komen rond kerst de schoolkinderen van het dorp naar het kasteel voor een feestje.

Naar boven

Foto's : Monique Koudijs / DORDRECHT

Opdracht: Schrijf een origineel verhaal over de stad Dordrecht. Maak ook foto's.

Juni 2006

NAAR DE BRON VAN NEDERLAND

door MONIQUE KOUDIJS

Dordrecht en water: het zijn twee handen op één buik. De weldaad aan monumenten vertellen trots het verhaal van weleer. Maar ook fysiek: de flauwe bochten in de hoofdstraten van het stadscentrum volgen de loop van wat ooit het veenriviertje Thure heette.

‘Water praat met het huis, je hoort het ruisen en klokken (…)' Zo begint het gedicht ‘Wolwevershaven' van Jan Eijkelboom, stadsdichter van Dordrecht. Hij bewoonde toen een huis aan de Wolwevershaven in het historisch centrum van de stad, waarvan de achtergevels in het water van de Oude Maas staan. Niet iedereen kan tegen dat ‘ruisende en klokkende water', verhaalt hij in het gedicht. Het vraagt voortdurend om aandacht, door ‘soms als een diep gehijg in de gootsteenpijp omhoog' te komen. ‘Wie neerligt met een last van boos verdriet, verdraagt dit praten niet.'

Wie vanaf het centraal station voorbij de Spuihaven het historisch centrum van Dordrecht binnenloopt, kan niet om het water heen. ‘Het water doordringt de stad', zegt de dichter. En dan wijst hij niet alleen naar de grote rivieren als de Oude Maas, Noord en de Merwede die aan de noord- en westkant de stad omarmen, maar ook op het water ín de stad, zoals het Maartensgat, de Nieuwe Haven, Voorstraathaven en Wijnhaven. ‘Het zijn spranten van de rivier. De rivier stroomt dus dagelijks door de oude binnenstad.'

Naar boven

De Voorstraathaven – waar de huizen eveneens met hun gevels in het water staan – markeert nog de loop van het oorspronkelijke veenriviertje De Thure, toen Dordrecht nog Thuredrith heette. Ook de kronkelende, flauwe bochten van de Wijnstraat en de Voorstraat herinneren nog aan de loop van het water. De Voorstraat is bovendien ooit als dijk gebouwd en dient nog steeds als belangrijke waterkering. Dordtenaren winkelen daarom ook niet ‘in' maar ‘op' de Voorstraat.

Bizar contrast

Op steenworp afstand van de Grote Kerk ligt het Maartensgat. De stadsdichter heeft her en der in de stad markeringen achtergelaten, zo ook op een van de gevels van deze binnenhaven. In het gedicht verhaalt hij over de Catrijnenpoort uit 1652, die om de hoek staat op de Engelenburgerkade. Het is een van de weinige waterpoorten van Dordrecht die er nog staat. Men denkt dat de poort vernoemd is naar de vrouw van Cornelis van Beveren, de burgemeester destijds. Door de poort zien we de flatgebouwen van Zwijndrecht liggen. Een bizar contrast. ‘Dorp dat zo graag een stad wil zijn. En daarom onze horizon bezet', gekscheert de dichter in zijn geveltekst.

Wat blijft komt nooit terug

We lopen langs de Nieuwe Haven naar de Wolwevershaven, waarin het stoomschip Pieter Boele uit 1893 ligt afgemeerd, maar de apotheose van dit waterrijk avontuur is toch het Damiatebolwerk en het Groothoofd. Met uitzicht op de driesprong van grote waterwegen, is dit de favoriete plek van schilders (wolkenluchten!), dichters (vergezichten) en terrasbezoekers. Ook de 80-jarige Jan Eijkelboom bracht hier veel tijd door in zijn jeugd. In de kademuur van het Damiatebolwerk staat een tekst gehakt: ‘Wat blijft komt nooit terug'. De stadsdichter heeft hier opnieuw zijn visitekaartje achtergelaten. En het zal niet de laatste zijn. Want ook in het zogenoemde Statenkwartier, bij het Hof, staat een dichtregel van hem in de stenen: ‘Twaalf steden tarten wereldrijk'. Om daarmee te verwijzen naar de rebellie van de steden van Holland die in het geheim bijeen kwamen tijdens de Spaanse overheersing (1572) in dit, naar men vermoedt, voormalig Augustijnenklooster.

Het keukentrapje en de dienstbode

Het oude stadscentrum van Dordrecht ademt historie: de poorten, gevels, doorkijkjes en smalle straatjes. Het historisch stadscentrum is bovendien autoluw en daardoor heerlijk om doorheen te wandelen. Een aanrader is het Dordrechts museum, waar in zomer en najaar zeker twee aanbevelenswaardige tentoonstellingen te zien zijn: de tentoonstelling ‘Rembrandt en zijn leerlingen' en ‘Rijksmuseum aan de Merwede', waarvan een groot gedeelte uit het Rijksmuseum in Amsterdam afkomstig is. Beide tentoonstellingen duren tot 2007.

Ook het Simon van Gijn Museum is niet te versmaden en leuk voor kinderen. Het is een volledig ingericht woonhuis in 19 e eeuwse sferen aan de Nieuwe Haven, met alles er op en er aan. U ziet de gedekte tafel, het koper in de keuken, het leerbehang aan de muren, een pers, en o ja, het keukentrapje staat er nog, alsof de dienstbode zojuist nog een pot uit de kast heeft gehaald voor het avondeten. En mevrouw van Gijn zien we zo zitten in de serre aan de thee.

Geestrijk vocht

Dordrecht is de 19 e eeuw op z'n best. Destilleerderij Rutte mag in dat rijtje niet ontbreken. Een sfeervol, ambachtelijk bedrijf van wijlen Simon Rutte (1830) met een winkel, proeverij en klein museum. Beneden in de kelder staan de ketels destillaat te lekken, terwijl u een verdieping hoger kan proeven van dit geestrijke vocht. Er worden – volgens oud recept – geen smaak- en kleurstoffen toegevoegd. Voor de sinaasappellikeur wordt het fruit nog met de hand geschild en voor de elzenproppen, vlierbessen en sleedoorn gaat het bedrijf nog heel romantisch de Biesbosch in om het zelf te plukken.

Maar vergeet in de oude binnenstad vooral niet omhoog te kijken, naar de rijkdom aan gevels uit al die eeuwen (het oudste pand staat in de Wijnstraat, nr 113). En loop ook de gevelteksten niet voorbij, met moralistische spreuken en rijmen. Ze zijn oud en vertellen een verhaal.

Naar boven

© Monique Koudijs, Tekstbureau Hollandse Kost